
Aanvraag Beschermd Stadsgezicht
- 1 juli 2019
De hedendaagse beschouwer van het IJplein heeft een perspectief op
de wijk vanaf een punt dat Rem Koolhaas - tegenwoordig architect van
wereldallure wiens bouwcarrière begon met juist dit project op de
noordelijke IJ-oever van Amsterdam - niet had kunnen voorzien op het
moment dat hij de plannen voor de wijk tekende: het nieuwe
busplatform dat recentelijk aan de zuidelijke IJ-oever is verrezen
achter het Centraal Station. Kijkend vanaf het verhoogde platform
heb je een formidabel zicht op het IJplein: tussen het weidse water
en de open hemel geeft het horizontale ritme - in wit, roze en groen
van afwisselend de urban villa’s, de strokenflats en het lover van
de bomen - aan het westelijk deel van de wijk zijn onderscheidend
aangezicht. In het oostelijke verschiet volgt, met eenzelfde
uitgekiend ritme van bebouwing en open ruimte, de rest van de wijk.
De hedendaagse beschouwer van het IJplein begrijpt, kijkend naar de
overzijde, onmiddellijk de steeds hernieuwde verbazing die ruim
dertig jaar geleden, vlak na oplevering, een destijds toonaangevende
architectuurcriticus aanzette tot zijn lyrische waardering: zie het
eerste citaat hierboven. Het tweede citaat hierboven, afkomstig uit
de recente Cultuurhistorische Verkenning van de gemeente Amsterdam,
bevestigt een generatie later diens oordeel: het IJplein is uniek.

Uniek als het is, is het IJplein (althans, het westelijk deel daarvan) op dit moment tevens een zogenoemd deelgebied in de plannen voor stadsontwikkeling van de gemeente Amsterdam op de noordelijke IJ-oever, in het kader van de concept-nota Sixhaven en omgeving: er is verandering op komst. De combinatie van deze gegevens - de uniciteit van het IJplein en de op handen zijnde stadsvernieuwing - maken dat deze wijk absoluut de status behoeft van beschermd stadsgezicht. [ 1 ]
[ 1 ]
Om een voorbeeld te geven: een cruciaal aspect van Koolhaas’ ontwerp
- de zichtlijnen van en naar beeldbepalende landmarks aan de
centrumzijde van het IJ, zoals de Sint Nikolaaskerk en het Centraal
Station - wordt mogelijk bedreigd: verdichting door middel van een
groot gebouw in het IJ vóór het IJplein is een serieus scenario
binnen de plannen voor ontwikkeling van de Noordoever. Daarmee zou
niet alleen de visuele verbinding van het IJplein met het centrum
ernstig worden aangetast, maar zou - omgekeerd - ook de toekomstige
beschouwer vanaf de zuidelijke oever zijn onbelemmerde uitzicht
verliezen op het unieke landmark dat het IJplein per slot van
rekening zélf is. Welk perspectief je ook kiest - IJplein of centrum
- een dergelijke ontwikkeling zou kwalijk zijn. Ook voor de alom
gewaardeerde kwaliteit van het IJ: het weidse water wordt wéér
minder weids. [ 2 ]
[ 2 ]
Een ander voorbeeld dat de urgentie van bescherming van het IJplein aantoont: voor een deel van de wijk (de westelijke flat dichtbij de pontaanlanding) wordt, ondanks hevig protest van bewoners, in de plannen voor stadsontwikkeling zelfs sloop overwogen.
Om het IJplein zoveel mogelijk te behoeden voor al te drieste stadsvernieuwing behoeft het alle bescherming die het kan krijgen: de status van beschermd stadsgezicht is bepaald geen overbodige luxe. Dat de wijk voor deze beschermde status niet alleen in aanmerking komt, maar deze ook daadwerkelijk verdient, zullen we in het onderstaande aantonen.
Het IJplein: ‘testament’ van Jan Schaefer en stedenbouwkundige innovatief Gesamtkunstwerk
Het IJplein markeert een heel bijzonder moment in de stedenbouwkundige geschiedenis van Nederland en zeker van Amsterdam: het is het laatste stedenbouwkundige plan met 100% sociale woningbouw (als zodanig is het te beschouwen als het ‘testament’ van Jan Schaefer: zonder zijn intensieve bemoeienis zou de wijk er in zijn huidige vorm nooit zijn gekomen) en tegelijkertijd introduceerde het een nieuwe wijze van stedenbouw, een wijze die vervolgens landelijk veel navolging heeft gekregen. Uniek is hoe dan ook de opzet van het plan als Gesamtkunstwerk: een zorgvuldig vervlochten samenspel van bebouwing, open ruimte, groenaanleg, kleurgebruik en kunst. Na een korte schets van de - op zichzelf al opmerkelijke - ontstaansgeschiedenis van de wijk (ca. 1982-1987) gaan wij over tot een beschrijving van de aspecten van het IJplein als stedenbouwkundig innovatief Gesamtkunstwerk.
Ontstaansgeschiedenis
..jpg)
De arbeidershistorie, en daarmee de ziel van Noord, op het terrein
van het latere IJplein vindt zijn continuïteit in de overgang van
scheepswerf - de Amsterdamse Droogdokmaatschappij (ADM), door
gedwongen fusie met de failliete NSDM in 1978 verplaatst naar het
westelijk havengebied - naar sociale woningbouw: de ondernemingsraad
van de ADM wilde de bedrijfsgrond slechts verkopen mits het verlies
aan werkgelegenheid zou worden gecompenseerd door het creëren van
goede woningen met betaalbare huren op dezelfde plek. De gemeente,
als kopende partij, stemde hiermee in. Bijzonder is dus de
historische continuïteit en het feit dat het terrein - ondanks de
fraaie locatie aan het IJ - niet is ontwikkeld tot duur woongebied
voor de happy few.
[ 3 ]
De typische identiteit van dit stukje Amsterdam is veranderd, maar
in de kern behouden gebleven.
Het eerste ontwerp voor een wijk werd geleverd door de Dienst
Ruimtelijke Ordening (DRO) van de gemeente in de vorm meanderblokken
en portieketagewoningen, een voor die tijd standaardoplossing. Een
dergelijk plan zou echter het vrije zicht op het IJ hebben
geblokkeerd. De toekomstige bewoners van het terrein en de bewoners
van de Vogelbuurt eisten daarop dat in het stedenbouwkundig ontwerp
recht werd gedaan aan de bijzondere ligging van het plangebied aan
het water, kortom, dat de zichtlijnen richting IJ en overzijde
zouden worden gewaarborgd. Het gevolg was een strijd tussen de DRO -
die vasthield aan het eigen plan - en de bewoners, die steun kregen
van wethouder Jan Schaefer, een fenomeen wiens betekenis voor
Amsterdam geen toelichting behoeft. Schaefer trok Rem Koolhaas aan
als ‘conditionerend architect’ met de taak om de verschillende
stedenbouwkundige opvattingen te verenigen in een definitief
ontwerp. Koolhaas trok echter de regie geheel naar zich toe en
ontwikkelde met zijn bureau OMA een baanbrekend ontwerp voor een
woonwijk. Het IJplein werd het eerste uitgevoerde project van diens
carrière.
Opmerkelijk in de ontstaansgeschiedenis van het stedenbouwkundig
ontwerp voor het IJplein was de wijze waarop de bewoners bij het
ontwerpproces werden betrokken. Dat steeds mondiger bewoners
inspraak eisten in gemeentelijke plannen die een grote stempel
zouden drukken op hun woonomgeving gebeurde in die periode wel
vaker, maar in dit geval deed zich iets unieks voor: door de
bewoners kennis van moderne stedenbouw en woningbouwarchitectuur aan
te reiken werden zij in het participatietraject waardige
gesprekspartners van de professionals: “Van het begin af aan hebben
we grote hoeveelheden stedenbouwkundig materiaal laten zien, zodat
we met deze amateurs-in-de-goede-zin-van-het-woord op niveau konden
praten over de onderwerpen die we wilden”, aldus Koolhaas.
[ 4 ]
[ 4 ]
Koolhaas ontwikkelde speciaal voor de bewonersparticipatie inzake
het IJplein een nieuwe methode die niet alleen de bewoners hielp bij
het visualiseren van de stedenbouwkundige mogelijkheden, maar net
zozeer voor hemzelf en zijn medewerkers van grote waarde bleek in
het ontwerpproces: door middel van tekeningen plakte hij een
dertigtal al dan niet uitgevoerde voorbeeldplannen uit de recente
geschiedenis van nationale en internationale architectuur en
stedenbouw letterlijk op het plangebied, waardoor voor bewoners in
één oogopslag de consequenties zichtbaar werden van bijvoorbeeld de
keuze tussen woontorens en laagbouw, de hoeveelheid open ruimte, de
woningdichtheid, de circulatiepatronen, en andere architectonische
en stedenbouwkundige factoren. [ 5 ]
Voor Koolhaas en zijn medewerkers was deze ontwerpmethodiek daarbij
buitengewoon waardevol als manier om - al schuivend, combinerend en
vergelijkend - op onbevangen wijze nieuwe ideeën te genereren en op
bruikbaarheid te onderzoeken. De invloed van deze ontwerpmethode (in
feite een vorm van ‘sampling’ avant la lettre die inmiddels bekend
staat onder de naam planmontage) op de stedenbouw in Nederland -
zowel in onderwijs als uitgevoerde praktijk - is nauwelijks te
overschatten.
[ 6 ]
De experimentele methodiek van planmontage vindt zijn oorsprong in
het ontwerp voor het IJplein.
[ 6 ]
Rem Koolhaas en OMA [ 7 ]
Rem Koolhaas, medeoprichter (in 1975) van architectenbureau Office for Metropolitan Architecture (OMA), heeft inmiddels een wereldwijde reputatie opgebouwd als een van de meest toonaangevende architecten van het eind van de 20e en begin van de 21e eeuw. Met OMA ging hij vanaf het begin een belangrijke rol spelen in het internationale architectuur- en stedenbouwdebat. Zowel met hun (prijsvraag)ontwerpen als publicaties zette OMA zich op de kaart. Koolhaas’ boek Delirious New York (1978) vormde daarin een mijlpaal.
Koolhaas brak door als bouwende architect met de Kunsthal in Rotterdam (1992). Inmiddels heeft zijn bureau een omvangrijk wereldwijd oeuvre op zijn naam staan. Tot de recente spraakmakende ontwerpen behoren de CCTV-toren voor de tv-zenders van het Chinese staatsapparaat (Beijing, 2012) en de nationale bibliotheek van Qatar als spectaculaire groundscraper, een anti-icoon (Doha 2018). Ook hieruit blijkt de kenmerkende houding van Koolhaas/OMA om steeds te zoeken naar tegenovergestelde mogelijkheden, niet in dogma’s te vervallen en om altijd een onbevooroordeelde, open en onderzoekende houding aan te nemen.
In zijn ontwerp voor het IJplein - het eerste gerealiseerde
bouwproject van zijn carrière - heeft Koolhaas voor het eerst concreet
vorm gegeven aan deze onderzoekende houding in architectuur en
stedenbouw. [ 8 ]
[ 8 ]
Het IJplein: neo-modernisme en innovatie van stedenbouw
In het ontwerp van het IJplein is enerzijds duidelijk de inspiratie te
ontwaren van het modernisme in de architectuur aan het begin van de
20e eeuw; de wijk is daarmee een goede representant van het
neo-modernisme. Maar aan de andere kant heeft Koolhaas’ OMA in het
ontwerpproces breed geëxperimenteerd met nieuwe middelen om de
plancompositie te bepalen. Voorbeelden van deze middelen zijn de
zogenaamde zoning envelope (bouwenvelop), de cinematografische route
door het plan, het inzetten van verschillende woningtypen als middel
om afwisseling te bereiken in architectuur en de introductie in
Nederland van de urban villa in samenspel met lange bouwblokken.
[ 9 ]
Belangrijk is ook de toegepaste ontwerpmethodiek, de reeds genoemde
planmontage. De invloed van het IJplein op de woningbouwchitectuur en
stedenbouw in Nederland kan moeilijk worden onderschat; zonder enige
overdrijving kan men stellen dat het IJplein een leerschool is geweest
voor een hele generatie van architecten.
[ 10 ]
Hieronder geven wij een puntsgewijze opsomming van de bijzondere, vaak innovatieve, stedenbouwkundige en/of architectonische aspecten van het IJplein:
-
Het IJplein vormt een breuk met de Nederlandse stedenbouwkundige
traditie van stempelplannen en meanderblokken. Tot aan de bouw van
het IJplein was de geijkte methode voor het ontwerpen van woonwijken
het ‘doorstempelen’ van een vaste compositie van een beperkt aantal
woningtypen, door spiegeling waarvan meanderblokken ontstonden.
[ 11 ]
Ook het plan dat de gemeentelijke DRO in eerste instantie had ontworpen voor het IJplein (zie ontstaansgeschiedenis) was een stempelplan. Met zijn ontwerp voor het westelijke deel van het IJplein introduceert OMA het ensemble van urban villa’s en lange bouwblokken, waarbij moet worden bedacht dat de urban villa op zichzelf al een in Nederland absoluut ongebruikelijk element was. Met name in dit deel komt het neo-modernistische karakter van het IJplein tot uiting.
-
In het oostelijk deel heeft het plan juist elementen van een typisch
tuindorp (open bouwblokken met eigen tuin en ingang), in bewuste
aansluiting bij de aan gene zijde van de Meeuwenlaan gelegen
Vogelbuurt (een tuindorp gebouwd in de jaren 1910-1923). Deze
elementen zijn echter door OMA in een nieuw verband geplaatst. De
totale compositie van het plandeel is daardoor vrijer van opzet dan
bij het typische tuindorp het geval is.
[ 12 ]
[ 12 ]
- Het ontwerp van het IJplein is een geraffineerd samenspel van contrast en vervlechting. Contrast treft men aan in de verkaveling tussen het oostelijk en het westelijk deel: het tuindorp versus de Stadt ohne Höfe (de straatjes versus blokken in een gezoneerd groen veld), een contrast dat nog wordt geaccentueerd door verschil in gevelmateriaal (baksteen versus gekleurd stucwerk). Tegelijkertijd is sprake van vervlechting: elementen van west zijn in oost ingebracht, zoals het kleurige bouwblok op het driehoekige pleintje in het oostelijk deel, de school en Oost III (het door OMA zelf ontworpen bouwblok). Ook andersom: in het westelijk deel zijn groene gedeeltes opgenomen, als referentie aan het typische Nederlandse polderlandschap. Vermeldenswaard is overigens de zeer elegante oplossing die men heeft gevonden voor het niet bebouwbare IJtunneltracé: binnen het plan als geheel heeft deze open ruimte op schijnbaar vanzelfsprekende wijze de vorm aangenomen van een (verhard) plein met bomen, gazon met speeltuin en nutstuintjes. De samenhang in het plan wordt nog extra versterkt door de manier waarop de voorzieningen strategisch door de wijk zijn vervlochten: door de plaatsing van Buurthuis, supermarkt, jongerencentrum, school en cafe is het plan opgespannen tussen ontmoetingscentra.
-
De verbindende as tussen het oostelijk en het westelijk deel van het
IJplein is een voet- annex fietspad, met de functie van
‘cinematografische’ route door de wijk. Voor het eerst wordt hier
verwerkelijkt het theoretische uitgangspunt van Rem Koolhaas dat een
stad weliswaar een statisch gegeven is, maar dynamisch wordt gemaakt
door zijn gebruikers. Zij bewegen er immers doorheen, als door de
scènes van een film of door de coulissen van een theater.
[ 13 ]
De taak van de stedenbouwkundige is dan ook niet alleen het
ontwerpen van een goede stedenbouwkundige structuur, maar ook om een
compositie van activiteiten te maken waaraan gebruikers behoefte
(kunnen) hebben en die een wijk zijn stedelijke karakter geven. Het
IJplein is het eerste uitgevoerde ontwerp waarin Koolhaas heeft
geprobeerd concreet gestalte te geven aan zijn theoretische notie
van culture of congestion, zoals uiteengezet in zijn zeer
invloedrijke boek Delirious New York uit 1978. Een dergelijke
zorgvuldige compositie van activiteiten in een stedenbouwkundig plan
was in Nederland destijds nieuw. De inspiratie hiervoor vond
Koolhaas bij tijdgenoten als E. Aillaud en diens Parijse wijk
Pantin. [ 14 ]
Aldus bereikt Koolhaas in het IJplein een synthese van Amerikaanse en Europese invloeden.
[ 13 ]
-
In het hele ontwerp voor het IJplein is als vernieuwende methodiek
voor het bepalen van een stedenbouwkundig plan stelselmatig het
principe van de zogenoemde zoning envelope toegepast: de
bouwenvelop, ofte wel het maximale volume waarin een te ontwerpen
gebouw moet passen. Koolhaas bepaalde, als conditionerend architect,
de zoning envelopes voor het hele IJplein, welke vervolgens werden
‘ingevuld’ door verschillende architectenbureaus. Overigens heeft
Koolhaas met OMA zelf de ontwerpen voor zijn rekening genomen van
(de eerste fase van) de IJpleinschool [ 15 ]
en het pand dat in de plannen wordt aangeduid als Oost III. [ 16 ]
Het idee voor het toepassen van de zoning envelope deed Koolhaas op in zijn periode in New York: ook Manhattan is ruimtelijk gereguleerd volgens dit principe. Het IJplein is, op grond van de consequente toepassing van de zoning envelope, te beschouwen als een stedenbouwkundige link tussen New York en Amsterdam. Anderzijds is er de Amsterdamse connectie tussen het IJplein en Plan Zuid van Berlage, waarin deze laatste in een vroeg stadium van de Nederlandse woningbouw al eens met de bouwenvelop of wel plan mass experimenteerde. Het principe van de zoning envelope is in het geval van het IJplein dus enerzijds Amerikaans van inspiratie, maar Nederlands - om niet te zeggen, Amsterdams - in uitvoering: geen hoogbouw (zoals de wolkenkrabbers van Manhattan), maar de menselijke maat van hooguit vijf woonlagen, vergelijkbaar met Plan Zuid. In Nederland markeert het gebruik van de zoning envelope in het ontwerp voor het IJplein hoe dan ook een breuk met de stempelplannen en alle voorgaande etageportiekplannen, bij welke het bouwvolume en de woningplattegrond tegelijkertijd onwrikbaar in één ontwerp werden vastgelegd. Op het IJplein genoten de respectieve architectenbureaus, binnen de grenzen van de zoning envelopes, een zekere mate van vrijheid van ontwerp.
-
De ontwerpmethodiek van de planmontage (waarbij een dertigtal
voorbeeldplannen uit de architectuur- en stedenbouwgeschiedenis
gebruikt werd als testmateriaal om de mogelijkheden van het
plangebied te onderzoeken) is ontwikkeld bij het ontwerpen van het
IJplein. Het planmontage-materiaal speelde tevens een belangrijke
rol in het inspraakproces (zoals hierboven beschreven, bij de
ontstaansgeschiedenis van het IJplein). [ 17 ]
[ 17 ]
- De ingezette compositorische middelen hebben geleid tot een transparant ontwerp, overeenkomstig de eis van de bewoners van de Vogelbuurt: de zichtlijnen naar het IJ zelf en naar de landmarks aan de centrumzijde van het IJ zijn een cruciaal aspect van OMA’s ontwerp voor het IJplein (zie ook voetnoot 13). Bovendien is de wijk zo aangelegd dat zoveel mogelijk bewoners vanuit enig punt in hun woning (of vanaf hun balkon) vrij zicht zouden hebben richting het IJ en het stadscentrum. De combinatie van enerzijds dit democratische idee en anderzijds de nadruk op individualisme (iedere bewoner heeft recht op zijn eigen individuele uitzicht) is typerend voor de stedenbouwkundige denkwijze van de jaren tachtig.
-
De architectuur van het IJplein kenmerkt zich door variaties op
sculpturale abstracte blokken: ze is modernistisch van inspiratie en
daardoor te typeren als neo-modernistisch. Met zijn keuze voor
kleurgebruik in de architectuur van met name het westelijke deel
plaatste Koolhaas het IJplein in de modernistische traditie à la Le
Corbusier, die kleur toepaste in zijn Unité d’habitation, o.a. in
Marseille (in Amsterdam zag men modernistisch kleurgebruik enkel
eerder in een aantal flats uit de jaren vijftig van de hand van A.
Warners in Nieuw-West en Zuid). Bijzonder op het IJplein is
bovendien dat de kleurstelling van de architectuur - met name het
stucwerk van de bebouwing in het westelijk deel - een bijzondere
wisselwerking aangaat met het omliggende groen en bomen. De
beplantingskeuze was namelijk opgenomen in OMA’s stedenbouwkundige
totaalplan voor de wijk. Dit concept is aan de westzijde bijzonder
geslaagd in de interactie tussen het kleurgebruik van de urban
villa’s en het daartussen aangelegde groen: “De urban villa’s kunnen
gezien worden als doorgesneden en uit elkaar geschoven stroken.
Steeds vormt een set van drie urban villa’s zo’n doorgesneden strook
waarvan de tegenover elkaar liggende gevels eenzelfde kleur hebben
en als het ware een kamer met specifieke beplanting vormen. De
buitenwanden van de set (of strook) als geheel zijn wit.” [ 18 ]
De afstemming van kleurgebruik in de bebouwing met de groenschakeringen van de beplanting tonen - samen met bovengenoemde vervlechting en contrastering van elementen en Koolhaas’ eigen keuze voor de kunstwerken in de openbare ruimte [ 19 ]
- de voor die tijd unieke opzet van het IJplein als stedenbouwkundig en architectonisch Gesamtkunstwerk.
-
Kenmerkend op gebouwniveau is het inzetten van de verschillende
(programmatisch vereiste) woningtypen als middel om de compositie
van het woongebouw te bepalen. Het duidelijkst is deze zogenaamde
combinatoriek te zien bij het blok Oost III van OMA. De lengte van
het blok wordt gebroken door de opdeling in drie ontsluitingstypen:
galerij, portiek en diagonale trappen. In de doorsnede van het blok
wordt het verschil gemaakt door de doorlopende galerij op de
bovenste verdieping waaraan kleinere woningen (doorgaans voor
ouderen vanwege de aanwezige lift) gelegen zijn. De diagonale
portieken hebben geleid tot een interessante stapeling van woningen,
ieder met een zeer transparante woningindeling. [ 20 ]
Heldere en goed geproportioneerde plattegronden treffen we ook elders op het IJplein aan, zoals in de urban villa’s en de strokenflats op IJplein-West en in het oostelijk deel in het gebouw van de architecten De Kat en Peek. Deze architectuur op het IJplein is één van de eerste voorbeelden van combinatoriek van woningtypes om tot de compositie van het woongebouw te komen. Als ontwerpmethodiek heeft zij veel navolging gehad. [ 21 ]
[ 21 ] Bernard Leupen, mondelinge communicatie.
Conclusie en oproep
Dat het IJplein niet ‘zomaar een wijkje’ is bewijst een blik op de
(niet eens volledige) bibliografie die wij bij dit stuk voegen: tot op
de dag van vandaag is de wijk onderwerp van journalistieke aandacht,
wetenschappelijke analyse en sociaaleconomische discussie (‘van wie is
de stad?’).
Op het IJplein is bovendien een intensieve renovatie gaande: de betreffende Vve’s en woningcorporatie Eigen Haard laten momenteel voor een totale investering van bijna twee miljoen euro de gevels van de urban villa’s in oude luister (en oorspronkelijke kleurstelling) herstellen. Gevelrenovatie en kleurherstel (door Eigen Haard) ligt tevens in het verschiet voor de lange blokken op IJplein-west.
Het IJplein is, kortom, een wonderlijk en uniek ontwerp dat niet slechts in aanmerking komt voor de status van beschermd stadsgezicht op grond van de daarvoor door de gemeente Amsterdam opgestelde criteria, maar dat deze status ook zonder meer verdient: als laatste project voor 100% sociale woningbouw, als ‘testament’ van het Amsterdamse fenomeen Jan Schaefer, als onderwerp van universitair bouwkundig onderwijs en nauwelijks te overschatten invloed op de methodiek van stedenbouw en woningbouwarchitectuur in den lande, als innovatief Gesamtkunstwerk en – niet in de laatste plaats – als eerste bouwsteen in het inmiddels omvangrijke wereldwijde oeuvre van baanbrekend architect Rem Koolhaas en zijn Office for Metropolitan Architecture.
Wij richten ons nu tot u, College van Burgemeester en Wethouders, met een dringende oproep. Stadsvernieuwing in het kader van de projectnota Sixhaven e.o. is aanstaande en de bedreigingen die deze met zich meebrengt voor het unieke karakter van het IJplein zijn reëel: neem uw verantwoordelijkheid in het behoud van de deze unieke wijk voor Amsterdam, inclusief het weidse uitzicht over het IJ waarvoor de wijk is ontworpen, en verleen het IJplein zo snel mogelijk de status van beschermd stadsgezicht: het is urgent en het is nodig.

Literatuurlijst
- Aardse, H. (2018). Het IJ-Plein, Cultuurhistorische verkenning, C18-038, Monumenten en Archeologie Amsterdam, November.
- Gerrewey, van, C. (2018). Budgethuren tot de laatste paal. OMA’s Weissenhofsiedlung in Amsterdam-Noord, De Witte Raaf, nr. 195 september-oktober.
- Leupen, B. (1986). IJ-plein, Catalogus, Afdeling Bouwkunde TH Delft
- Leupen, B. (1989). IJ-plein, Amsterdam. Een speurtocht naar nieuwe compositorische middelen. Rem Koolhaas/OMA, Rotterdam
- Leupen, B. & Bisscheroux, N. (eds). (1989). Integratiekollege IJ-Plein, propedeuse, Bouwkunde TU Delft.
- Looise, W. (1987). IJ-plein dankzij ondanks Inspraak, bewonersinvloed op de totstandkoming van een nieuwe buurt. Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting, september.
- Looise, W. (1989). Inspraak IJ-plein, OASE Journaal, nr. 17, pp. 35-37.
- Ordekaart IJplein van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van de gemeente Amsterdam
- Schrijver, L. (2015). Koppige moderniteit. IJ-plein Amsterdam (1988),
Overige Bronnen
- Parool: Stadsgezichten: IJplein
- OMA: IJ Plein Masterplan, School and Gymnasium
- Love 80’s architecture: IJplein: Siedlungen by OMA
- van der Heijden, I.M. (2010). Punctuated equilibrium
- Parool: Drie lessen van afzwaaiend architect-in-resident Peter Defesche
- NRC: Rem Koolhaas, architect
- Interview met Bernard Leupen (de wetenschappelijke expert ten aanzien van het IJplein, tevens auteur van Leupen 1989 en mede-editor van Leupen & Bisscheroux 1989) op 29 januari 2019 in EYE, Amsterdam.
Appendix 1: Criteria en Argumenten
Hieronder geven wij een overzicht (ontleend aan Handleiding voor de aanwijzing van zaken en terreinen als gemeentelijk monument en gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, decentrale regelgeving, zie literatuurlijst) van de criteria op basis waarvan het IJplein in aanmerking komt voor de status van beschermd stadsgezicht. Onderbouwing hiervoor is terug te vinden in het bovenstaande schrijven.
- stedenbouwkundige waarde
- het terrein is een essentieel onderdeel van een in cultuurhistorisch opzicht belangrijk stedenbouwkundig concept;
- het terrein is onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol;
- het terrein is van belang vanwege de wijze van verkaveling, inrichting en voorzieningen;
- het terrein heeft een bijzondere betekenis voor het aanzien van het betreffende deel van de stad;
- het terrein is van belang vanwege de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en ruimtelijke relatie met de groenvoorzieningen, wegen, en wateren, i.c. het IJ.
- cultuurhistorische waarde
- het terrein is van belang als bijzondere uitdrukking van een culturele en sociaaleconomische ontwikkeling;
- het terrein is van belang als bijzondere uitdrukking van een bestuurlijke ontwikkeling;
- het terrein is van belang vanwege een plaatselijk historisch gegeven.
- architectonische waarde
- het terrein is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant (neo-modernisme);
- het terrein is een voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling.
- het terrein bezit bijzondere bouwhistorische en esthetische kwaliteiten (massa, ruimtelijke indeling, materiaal en kleurgebruik);
- de bebouwing op het terrein heeft een bijzonder of zeldzaam interieur;
- het terrein is een goed voorbeeld van het werk van een architect en neemt een belangrijke plaats in in zijn oeuvre en daarmee in de plaatselijke en landelijke architectuurgeschiedenis);
- het terrein is van belang vanwege een constructiewijze die vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (pioniersfunctie): in het geval van het IJplein is het niet zozeer constructiewijze, maar ontwerpprocedé vernieuwend: planmontage en zoning envelopes.
- zeldzaamheid
- het terrein is van belang vanwege zijn zeldzaamheid in stedenbouwkundig, architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch en functioneel opzicht;
- het terrein is van uitzonderlijk belang vanwege kwaliteiten die zijn genoemd bij nr. 1-3 resp. 5 hieronder.
- gaafheid of herkenbaarheid
- het terrein is van belang vanwege de gaafheid van het exterieur en interieur;
- het terrein is van belang als onderdeel van een complex waarvan de samenstellende delen een gaaf en herkenbaar visueel karakter hebben;
- het terrein is van belang als onderdeel van een stedelijke omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter.
Appendix 2: Kaart

 van de gemeente Amsterdam-min.jpg)
Appendix 3: Steun voor deze aanvraag
-
Wetenschappers en publicist:
- Bernard Leupen (voormalig universitair hoofddocent, bouwkunde TU Delft)
- Lara Schrijver, (hoogleraar architectuur, Antwerpen) [ 22 ]
- Dirk van den Heuvel, (universitair hoofddocent, bouwkunde Delft)
- Wijnand Looise (op persoonlijke titel, publicist) Architecten:
- Kees Christiaanse (architect, oud-partner OMA) [ 23 ]
- Ruurd Roorda (architect, oud-medewerker OMA)
- Paul de Vroom (architect, oud-medewerker OMA)
- Herman de Kovel (architect, oud-medewerker OMA)
- Klaas Kingsma (architect, oud-medewerker OMA)
- Koen Crabbendam (architect, CASA, Oost II en Oost IV)
- Robert Lijbers, (architect, oud-medewerker CASA, Oost II en Oost IV)
- Ramon Pater (architect, Archivolt, beheert het intellectueel erfgoed van Hein van Meer, urban villa’s)
- Ard Hoksbergen (architect, oud-bewoner urban villa) Overige partijen:
- Remy Vlek (filmmaker van de film Van wie is het IJ?)
- Bart Stuart (ANGSAW, bewonersvereniging Amsterdam Noord, Groene Stad aan het Water. ANGSAW zet zich in voor behoud en versterking van het unieke leefklimaat van Noord)
[ 22 ] Toelichting Lara Schrijver: “Jonge projecten met een architectuurhistorische of stedenbouwkundige betekenis zoals IJ-plein zijn vaak kwetsbaar, omdat er nog onvoldoende tijd is verstreken om de historische waarde te bepalen. Ik steun dan ook de vraag naar een zorgvuldige omgang met dit gebied, in het licht van de unieke stedenbouwkundige kenmerken en de positie van het project binnen het oeuvre van OMA.”
[ 23 ] Nuanceringen van Kees Christiaanse: “- de (zogenaamde tijdelijke) school in de groenstrook moet daar weg. Daar moeten een goed ontwerp en een goede plek voor komen. - de meest Z-O gelegen baksteengebouwen ten Zuiden van de OMA-blokken kunne vervangen worden door nieuwbouw, mogelijk met een hoogteaccent als markering naar het Hamerstraatgebied. - de openbare ruimte materialisering moet worden opgewaardeerd. Het parkeren kan worden herzien. - het schuine blokje op het Driehoekplein kan vervangen worden door iets luchtigers.”